'Het begint vaak met een onderbuikgevoel.'

Een veilig thuis voor alle ouderen

Ouderen wonen steeds langer thuis. Meestal omdat zij dat zelf willen, maar ook omdat het overheidsbeleid erop gericht is ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. En daar kleven risico’s aan. Thuiswonende ouderen zijn vaak kwetsbaar en afhankelijk van de zorg of hulp van hun partner, familie of vrienden. Helaas gaat dat nogal eens mis en kan er zelfs sprake zijn van ouderenmishandeling.

‘Als aandachtsfunctionaris Ouderenmishandeling, Huiselijk geweld en Kindermishandeling (AFOM) geef ik onder andere voorlichting aan thuiszorgteams', vertelt Dieneke van den Beld. ‘Bij vermoedens van ouderenmishandeling ondersteun ik de medewerkers en probeer ik praktisch mee te denken. Ook help ik medewerkers bij het doorlopen van de vijf stappen van de Meldcode Ouderenmishandeling. Deze landelijke meldcode helpt professionals bij vermoedens van mishandeling.’ 

 

 

Wij komen alle vormen van ouderenmishandeling tegen.



‘Het begint vaak met een onderbuikgevoel dat er iets niet klopt. Vervolgens gaat het erom dat dit gevoel wordt omgezet naar het waarnemen van objectieve signalen; de eerste stap van de meldcode. Eigenlijk komen wij alle vormen van ouderenmishandeling tegen: psychische mishandeling, lichamelijke mishandeling, verwaarlozing zoals onvoldoende zorg en/of vervuiling van het huis, seksueel misbruik en financiële uitbuiting.’


Ontspoorde mantelzorg

‘Bij echtparen waarvan één van de partners dementie heeft, zien we regelmatig dat de partner de zorg voor zijn of haar dementerende echtgenoot eigenlijk niet meer aan kan. Dan kan er sprake zijn van niet-opzettelijke mishandeling ofwel “ontspoorde mantelzorg”. Vaak gaat zo’n proces heel geleidelijk en komt zo’n situatie pas aan het licht zodra er professionele zorg wordt ingezet. Een thuiszorgmedewerker kan het vermoeden krijgen dat er iets niet pluis is en bespreekt dat met mij of één van de drie andere AFOM’s van Laurens.’

Vaak zien we dat de oudere uit loyaliteit of schaamte niets durft te zeggen.


Financiële uitbuiting

Dieneke komt als AFOM ook veel gevallen tegen van financiële uitbuiting. Bijvoorbeeld door een zoon, nichtje of kennis die met de pinpas van de kwetsbare oudere aan de haal gaat. ‘Het gebeurt ook dat er opeens incassobrieven op de mat liggen of bijvoorbeeld dat er te weinig eten in huis is. Heel triest om te zien. Vaak zien we dat de oudere uit loyaliteit of schaamte niets durft te zeggen. Eenzaamheid speelt vaak ook een rol. De oudere weet eigenlijk wel dat er misbruik van hem/haar wordt gebruikt, maar wil deze persoon niet wil verliezen, omdat er anders niemand meer komt. Door kinderen wordt ook nog wel eens gedreigd dat de ouderen de kleinkinderen niet meer te zien krijgt.’


Veilig thuis

Bij een vermoeden van ouderenmishandeling houdt de casusregisseur bij wat er allemaal gebeurt en ook bijvoorbeeld of er voldoende objectieve signalen zijn. Zodra dit het geval is betrekt de casusregisseur andere collega’s zoals de thuisbegeleider of casemanager dementie (stap 2, collegiale consultatie). Met elkaar bepalen zij wie het gesprek met de klant hierover aangaat, dat is stap 3 van de meldcode. ‘Dit gesprek bereiden we heel zorgvuldig voor. Meestal is het de thuisbegeleider, de wijkverpleegkundige of de casemanager dementie die het gesprek voert. Zij treden ook vaak op als de casusregisseur. Over het algemeen raden we medewerkers aan dit gesprek met z’n tweeën te doen. Tijdens het gesprek kijken zij wat er gebeurt en proberen zij oplossingen aan te dragen. Zo kunnen ze aan echtparen met een partner met dementie voorstellen een casemanager dementie in te zetten die bekijkt wat het echtpaar nodig heeft. Bijvoorbeeld dat de partner met dementie een aantal dagen naar de dagbesteding gaat, zodat de mantelzorger wat meer rust krijgt.’

Blijft een situatie structureel onveilig, dan maken wij melding. 


‘In het geval van financiële uitbuiting schakelen we, in overleg met de oudere, bijvoorbeeld de maatschappelijk werker van het wijkteam in. Die kan het gesprek aangaan over de mogelijkheid van onder andere bewindvoering. Maar het is echt per situatie afhankelijk wat mogelijk is. Regelmatig moeten we concluderen dat een situatie structureel onveilig blijft (stap 4 van de meldcode: weging van het geweld nav het gesprek en alle verzamelde informatie). Dan wordt melding gemaakt bij Veilig Thuis Rotterdam en overleggen we met hen wat er nog meer kan (stap 5 van de meldcode). Dat werken we uit in een plan van aanpak dat wordt besproken en geëvalueerd met de betrokken hulpverleners en de klant. Want uiteindelijk willen we natuurlijk een veilig thuis voor alle ouderen.’

 

Gerelateerde tags

Deel op social media

×

Zoeken