Over Laurens > Verhalen
20 jaar Laurens: Het verhaal van Dineke
Met de ‘poten in de klei’ en het hart bij de mens
In 2026 bestaat Laurens 20 jaar! Een prachtige mijlpaal die we het hele jaar door vieren met portretten van collega’s die deze reis vanaf het begin hebben meegemaakt. Vandaag duiken we in de historie met Dineke Gielesen. Zij begon in 1997 bij de KVV als verpleegkundige en vervulde in de afgelopen decennia talloze rollen: van teamleider en opleider bij de Laurens Academie tot haar bewuste keuze om weer met haar ‘poten in de klei’ te gaan staan. Hoe kijkt zij terug op bijna dertig jaar zorg en leiderschap bij Laurens?
Je loopt al mee sinds vóór het ontstaan van Laurens in 2006. Als je jouw werkdag van toen vergelijkt met die van nu, wat is dan de grootste verandering die je hebt meegemaakt in die 20 jaar?
“De hele automatisering en de ondersteuning daarvan in de zorg. Toen ik begon in Joachim en Anna hadden we wel een computer, maar de dossiers en dienstlijsten waren nog niet geautomatiseerd. We schreven gewoon rapportjes en brachten wijzigingen in het rooster aan met Tipp-Ex. Dat is nu echt ondenkbaar; daar heb je nu een planner en een digitaal systeem voor. Als je terugkijkt is dat een wereld van verschil.“
Ons jubileumthema is ‘Samen Laurens’. Met wie heb jij in al die jaren de meest bijzondere band opgebouwd die dat ‘samen’-gevoel voor jou typeert?
“Dat is een moeilijke vraag, juist omdat ik op zo enorm veel verschillende plekken heb gezeten. Maar als ik iemand moet noemen, denk ik bijvoorbeeld aan Shalom en aan Ingrid van der Est van de Laurens Academie. We werken nu niet meer direct samen en ieders carrière gaat door, maar de band blijft. Als we elkaar nodig hebben, weten we elkaar direct te vinden. Dat is voor mij de essentie van ‘samen’.”
We maken de beweging van zorgen voor naar samen leven, waarin het belangrijk is dat cliënten eigen regie hebben. Wat is de belangrijkste les die jij de afgelopen 20 jaar hebt geleerd over hoe cliënten weer zelf regie kunnen nemen?
“Het begint bij het afstemmen van verwachtingen over en weer, en niet meer de houding aannemen van: ‘u vraagt, wij draaien’. Vroeger kwam iemand binnen en lag het zorgplan al klaar zonder dat we echt iets gevraagd hadden, of we overlegden vooral met de familie. Nu is de cliënt zélf de primaire gesprekspartner. Vroeger zeiden bewoners: ‘Mijn zuster of de dokter weet het wel’, nu zeggen ze: ‘Hallo, dat bepaal ik zelf!’. Zorgmedewerkers vinden dat soms even wennen, maar het is een hele mooie en noodzakelijke wisselwerking. Als ik ooit zelf zorg nodig heb, wil ik ook mijn eigen leven en gewoontes behouden.”
Als je terugdenkt aan alle ontwikkelingen sinds 2006, op welk specifiek moment uit die 20 jaar Laurens ben je het meest trots?
“Dat ik destijds mede onderdeel ben geweest van de oprichting en ontwikkeling van de Laurens Academie. Voor die tijd werkte elke regio op z’n eigen eilandje. Iedereen deed het op een goede manier, maar wel overal anders. We hebben dat toen samen tot één krachtige academie weten te maken en leidden in die tijd een grote groep beroepsleerlingen op. Dat we nu nog steeds de grootste opleider van de regio zijn en ik aan de wieg daarvan stond, maakt me trots!”
We stellen dit jaar voor het eindfeest de Laurens Top 1000 samen. Welk nummer is voor jou tijdloos, draai je al (meer dan) 20 jaar en móét absoluut op die lijst komen te staan?
“Dan kies ik voor I Will Survive van Gloria Gaynor! Dat nummer past ook bij de afgelopen jaren van Laurens. Ik heb de periode meegemaakt dat we als organisatie onder toezicht stonden en het echt niet goed ging. We stonden rond 2015 voor enorme veranderingen en bezuinigingen. Dat was een zware en soms emotionele tijd voor veel collega’s. Maar we hebben ons er als organisatie doorheen geknokt en het overleefd. I Will Survive past daar dus goed bij!”
Jij werkt hier al zo lang met veel plezier. Wat is jouw ultieme tip voor de nieuwe collega die net begint?
“Stel je open en durf dingen bespreekbaar te maken als je verandering of verbetering ziet! Maar blijf tegelijkertijd niet hangen in vergelijkingen met je vorige werkgever. Durf ook kritisch te zijn en af en toe op de rem te trappen; kies liever één ding en doe dat heel goed. En tot slot: realiseer je dat het gras elders echt niet groener is. Wees nuchter en pas op voor de klaagcultuur, want we hebben het in de zorg en in Nederland heus zo slecht nog niet.”
In zo’n lange carrière gaat er vast wel eens iets mis waar je achteraf hard om moet lachen. Wat is je grootste blunder of het grappigste moment dat je in al die jaren hebt meegemaakt?
In de tijd dat ik teamleider was op locatie Dorpsveld had ik tegen een collega van Welzijn verteld dat ik aan ballroom dansen deed, samen met mijn echtgenoot. Die had vroeger zelfs aan wedstrijddansen gedaan. De collega van Welzijn had het een en ander zo geregeld dat ik samen met mijn man wel een demonstratie zou geven als activiteit. Nou kan mijn man echt goed dansen, maar ik een stuk minder. Met bibbers in de benen heb ik het toch wel gedaan. De bewoners vonden het geweldig, maar konden het niet laten om mij te melden dat ik het zeker niet zo goed kon als mijn man, en dat ze zagen dat hij me wel veel moest helpen. In ieder geval had mijn collega van Welzijn de dag van haar leven. En ik voelde me achteraf toch ook wel stiekem een beetje trots!
Vroeger ging alles op papier, nu digitaal. Als je één ding mocht kiezen dat je van ‘vroeger’ terug zou willen halen naar nu, wat zou dat zijn?
“De uitgebreide mondelinge overdrachten waarin je echt even stilstaat met elkaar. We proberen dat met de dagstarts wel weer op te pakken, maar de overdracht tussen de middag- en avonddienst schiet er door de hectiek nog weleens bij in. En wat ik óók direct zou willen terughalen: de bewonersvakanties! In mijn jonge jaren gingen we met zes collega’s en twaalf bewoners een week naar een vakantiehuisje. Je kwam fysiek helemaal gesloopt terug, maar het was zó ontzettend waardevol en gezellig. Dat mis ik wel.”
Laurens is jarig. Als jij namens Laurens alle medewerkers een verjaardagswens mag doen voor de komende 20 jaar, wat wens je hen dan toe?
“Ik wens iedereen heel veel werkvreugde en een mooie, harmonieuze samenwerking toe—met elkaar én met de familie van cliënten. Omdat alles tegenwoordig zo snel gaat en de communicatie vaak via korte appjes verloopt, ontstaat er snel ruis. Mijn advies is: spreek dingen direct naar elkaar uit. Eerlijkheid en directheid worden uiteindelijk altijd gewaardeerd!”