Hero afbeelding verhaal

Over Laurens > Verhalen

20 jaar Laurens: Het verhaal van Tabitha

In 2026 bestaat Laurens 20 jaar. Een mijlpaal die we het hele jaar door vieren met portretten van collega’s die deze reis vanaf het begin hebben meegemaakt. Vandaag: Tabitha Overkamp. Haar Laurens-avontuur begon al ver vóór de officiële start, namelijk in 1993! Een beroepskeuzetest wees haar destijds de weg: creatief bezig zijn met mensen. Inmiddels is ze al ruim dertig jaar een vertrouwd gezicht als activiteiten- en welzijnsbegeleider op locatie De Hofstee. Ze deed tussendoor nog een hbo-opleiding (SPH), maar haar hart ligt bij de praktijk: ze maakt het liefst elke dag het verschil voor bewoners met dementie.

 

Vandaag duiken we in de historie met Tabitha. Hoe kijkt zij terug op meer dan drie decennia in de zorg?

 

Je loopt al mee sinds vóór het ontstaan van Laurens in 2006. Wat is het allergrootste verschil tussen je werkdag toen en nu?
“Sowieso dat we nu in zelfsturende teams werken. Vroeger werkten we onder een leidinggevende en nu zijn we betrokken bij veel meer aspecten van het vak, en kun je meer je creativiteit kwijt waardoor het werk afwisselender is. Het werk is daardoor veel afwisselender. We werken nu ook veel meer samen. Naast de activiteiten die we op de woongroepen en in de grote zaal doen, zijn we nu ook meer betrokken bij het samen organiseren van grotere evenementen voor de hele locatie.

Daarnaast is, naar mijn inzien, de zorg veel meer bewonersgericht geworden. Toen ik in 1993 begon, was het heel verpleeghuis- en ziekenhuisachtig. De activiteitenbegeleiding deed de activiteiten en de zorg deed de zorg, ieder op zijn eigen eilandje. Nu werken we veel meer samen door het hele huis heen en proberen we steeds meer het welzijn en de leefomgeving van de bewoner centraal te stellen.

Het thema van ons jubileumjaar is ‘Samen Laurens’. Met wie heb jij in al die jaren een band opgebouwd die dat ‘samen’-gevoel typeert?
“Dan denk ik direct aan mijn collega Helga. Zij werkt ook al heel lang hier op De Hofstee en we zitten al een eeuwigheid bij elkaar in het team. We delen echt lief en leed met elkaar en hebben alle ontwikkelingen binnen de locatie samen meegemaakt. Wat prettig is, is dat we werk en privé wel gescheiden houden. Daardoor kun je op het werk echt alles delen, zonder dat het door elkaar loopt. Vroeger hadden we overigens ook echte teamweekenden, dat was óók fantastisch voor het samen-gevoel. Dat zouden we eigenlijk weer eens moeten oppakken!”

Als je terugdenkt aan al die jaren, op welk moment ben je dan het meest trots als het gaat om het welzijn en de eigen regie van de bewoners?
“Ik ben het meest trots op de overgang naar kleinschalig wonen rond het jaar 2000, na een grote verbouwing van De Hofstee. Ineens kwamen er woongroepen van acht of negen bewoners. Het wonen kwam centraal te staan. Ik vind het heel belangrijk dat de bewoners nog zoveel mogelijk hun eigen regie kunnen behouden. Als je de de regie kunt houden over wat nog wel kan, voel je je als mens zoveel prettiger. Ik probeer keuzes dan ook zoveel mogelijk bij de bewoner te laten. Al gaat het om kleine dingen: wat wil je op je boterham, of hoe laat wil je naar bed? En wil je wel of niet meedoen aan een activiteit? Dat geeft een stukje zelfwaardering.”

Er is bijvoorbeeld op gebied van technologie veel veranderd, van papier naar digitaal. Ook processen en protocollen zijn veranderd. Wat zou je terug willen halen van vroeger en wat mag blijven?
“Als ik iets mocht terughalen, dan is het het zelf koken op de woongroepen! Nu krijgen we veel kant-en-klaar maaltijden die we in de oven opwarmen. Vroeger roken de bewoners de aardappels en het vlees al pruttelen. Ook hielpen ze zelf mee aan het bereiden van de maaltijd. Dat was zó huiselijk, dat mis ik echt. Dat komt nu natuurlijk ook door personeelstekort, maar met bijvoorbeeld hulp van vrijwilligers zouden we dit wel weer nieuw leven in kunnen blazen.

Maar er zijn ook hele leuke nieuwe ontwikkelingen! Digitaal kunnen we nu zoveel meer als het gaat om activiteiten. We hebben een groot scherm in de grote zaal waar we veel activiteiten rondom organiseren. Ook werken we met ipads, belevenistafels en braintrainers op de woongroepen. Daarmee kunnen we de actviteiten meer afstemmen op de behoefte van de bewoners: muziek opzetten waar zij om vragen, of via Google Earth de oude woonplekken van bewoners laten zien.

We stellen dit jaar voor het eindfeest de Laurens Top 1000 samen. Welke muziek draai jij graag met de bewoners of voor jezelf?
“Op de woongroep draaien we vooral muziek die herkenbaar is voor de bewoners en aansluit bij de individuele behoefte van die persoon. Voor mezelf vind ik het lastig om één nummer te kiezen. Soms draai ik muziek wat ik in de jaren 80 mooi vond , maar ik hou ook van klassiek en de wat rustigere popmuziek. Vooral na een drukke dag.

Als je terugdenkt aan al die jaren, wat zijn dan de leukste of grappigste momenten geweest?
“De allerleukste momenten waren eigenlijk toen we minder budget hadden en heel veel zelf moesten organiseren. Dan gingen we als collega’s zelf playbackshows doen en stonden we letterlijk artiest te spelen voor de bewoners. Tegenwoordig huren we daar sneller iemand voor in, maar we doen nog steeds heel veel zélf hoor! In april organiseren we bijvoorbeeld een bruidsmodeshow op de locatie, we zijn nu druk bezig met het verzamelen van oude trouwjurken.”

Wat is jouw ultieme tip voor de nieuwe collega die net begint, om ook zo lang met zoveel plezier te werken?
“Je moet écht eerst onderzoeken of je affiniteit, geduld en empathie hebt voor de doelgroep. In mijn geval zijn dat mensen met dementie. De liefde voor de doelgroep is een absolute must. Als je daarvan geniet en je in wilt zetten voor het welzijn voor de bewoner, dan kom je er wel. De rest van het vak kun je leren, dat komt vanzelf. Mijn advies: ga eerst gewoon eens meelopen!”

Tot slot: Laurens is jarig. Wat is jouw wens voor alle medewerkers voor de komende 20 jaar?
“Ik wens iedereen een hele fijne werksfeer toe, en dat je echt voelt dat je een team bent. Dat je met zin naar je werk gaat, met fijne collega’s om je heen. Zeker omdat de doelgroep de afgelopen jaren flink is veranderd – we zien bijvoorbeeld meer onbegrepen gedrag, of bewoners van jongere leeftijd met een andere problematiek dan vroeger. Als je dan een hecht team hebt, kun je dat soort uitdagingen veel beter aan en zal je merken dat je hier ook heel veel voor terug krijgt van de bewoners.