Overgang van ziekenhuis naar revalidatiecentrum vaak lastig

Een andere dynamiek

Voorheen bleven mensen in het ziekenhuis tot ze zo goed als beter waren. Zo bleven ouderen na een heup- of buikoperatie zo’n veertien dagen in het ziekenhuis om te herstellen. Daarna konden ze revalideren. Nu wordt al na een dag gekeken wanneer de patiënt met ontslag kan. Herstellen doen ze nu dus steeds vaker in het revalidatiecentrum. Terwijl behandelingen ook steeds complexer worden. Wij nemen daarmee een stuk medische zorg over van het ziekenhuis. Dat kan verwarrend zijn voor ouderen en hun familie en het legt een druk op onze mensen.

Druk op onze mensen en kwaliteit van de zorg

De zorgvraag van mensen die bij ons binnenkomen wordt steeds zwaarder. Niet alleen omdat ze eerder in het proces bij ons binnenkomen. Ook omdat mensen op steeds hogere leeftijd in aanmerking komen voor bepaalde behandelingen, zoals een grote hartoperatie. Maar bij ouderen gaat het niet alleen om de operatie. Vaak speelt er meer waardoor behandelingen complexer worden en gepaard gaan met onzeker herstel en psychosociale problematiek. En dat geeft een andere dynamiek aan de druk op onze mensen en de kwaliteit van zorg.

Andere verwachtingen en doelen

In een ziekenhuis voelen mensen zich veilig. Ze worden continu (medisch) in de gaten gehouden. De patiënt en de familie hebben na ontslag uit het ziekenhuis dan ook hoge verwachtingen. Zoals dat de patiënt goed wordt gemonitord en verzorgd.

Alleen lukt dat niet altijd omdat de patiënt vaak nog erg aangedaan en ziek is na ontslag uit het ziekenhuis. Maar wij zijn geen ziekenhuis, en dat maakt de overgang naar een revalidatiecentrum voor mensen vaak lastig. Zo hebben wij in het revalidatiecentrum andere doelen. Die gaan niet om vitale functies maar om doelmatigheid: hoe kunnen wij op de persoonlijke revalidatiedoelen zodanig de verpleging en behandeling inzetten zodat de patiënt zo snel mogelijk alles weer zelf kan doen en naar huis kan. Dat is een totaal ander uitgangspunt met andere dynamiek. Vooral als je je bedenkt dat mensen steeds zieker bij ons binnenkomen.

Ouderwets beeld van een verpleeghuis

Mensen hebben nog steeds het ouderwetse beeld van een verpleeghuis bij ons. Dat we bingo draaien en entertainen. Maar wij zijn al lang geen verpleeghuis meer. Wij zijn een verlengstuk van het ziekenhuis geworden. Wij bieden verzekerde zorg met als doel mensen zelfredzaam te maken. Ouderen begrijpen dat wel van een ziekenhuis, maar nog niet van ons. En als ze dan bij ons komen, blijkt dat ze andere verwachtingen hadden. Terwijl wij ons ook aan een gemiddelde ligduur moeten houden. Wij moeten dat laten zien aan de verzekeraar. En daar willen wij de patiënt niet mee belasten. Wat we wel kunnen en willen is de patiënt en de verwijzer of het ziekenhuis meenemen in de verwachtingsmanagement in wat wij hem of haar kunnen bieden.

Betere samenwerking ziekenhuis en revalidatiecentrum

Daarvoor is meer communicatie en een nog betere samenwerking nodig met het ziekenhuis. Dat vergt een andere mindset bij onze artsen en verpleegkundigen. Zij moeten om duidelijke informatie vragen bij het ziekenhuis over de patiënt die bij ons binnenkomt. Zo weten wij wat we kunnen verwachten en kunnen wij het gesprek aangaan met de patiënt en de familie. Hoe beter wij aansluiten op het ziekenhuis, hoe beter de overgang is voor de patiënt.

Daarom is ons revalidatiecentrum Intermezzo gestart met een nieuwe functie: de ziekenhuisarts. Dat is voor ons een nieuw en belangrijk specialisme. Zorgpatiënten komen bij hem terecht. Hij heeft ervaring met ziekenhuizen en kan ons helpen een soort verlengde van het ziekenhuis te worden en de dynamiek daarin te verbeteren. Zodat ziekenhuizen ons ook zien als ketenpartner. Dan kunnen we meer afspraken maken aan de voorkant. Welk traject heeft het ziekenhuis ingezet en wat moet er daarna nog gebeuren? Deze overleggen heeft nut voor ons allemaal.

 

Gerelateerde tags

Deel op social media

×

Zoeken